vrijdag, april 4, 2025

Asset Data Management (ADM)

Binnen de asset data zijn drie groepen data te identificeren:

ORGANISATION DATA: Hier gaat het met name om data die de organisatie (het bedrijf) identificeert, zoals locatie code afdeling codes. Deze data zal wijzigen wanneer de organisatie wijzigt.

MASTER DATA: Dit is statische data, zoals de asset structuur, personele data of kostenplaatsen. Deze data zal vrijwel niet wijzigen wanneer deze eenmaal is vastgelegd.

TRANSACTIONAL DATA: Deze data beslaat gebeurtenissen, zoals werkorders, inkooporders, storingsmeldingen.

Om de doelstellingen van de organisatie te behalen en te voldoen aan alle wet- en regelgeving, is het van groot belang dat de asset data altijd beschikbaar, gestructureerd, actueel en volledig is. Dit maakt de communicatie tussen diverse afdelingen gemakkelijker en helpt ook bij interne en externe audits. Je wilt weten welke assets je hebt en wat er mee is gebeurd (historie).

De meeste organisaties gebruiken een EAM/CMMS systeem om asset data bij te houden. Bekende systemen zijn SAP, Ultimo en Maximo. Maar er bestaan er nog veel meer. Iedere organisatie kiest het pakket dat voor haar doelen het meest geschikt is. In de basis zijn ze wel voor een groot deel gelijk.

De basis van de Master Data is de asset structuur, zeg maar de ‘kapstok’ waar je alles aan vasthangt. Hoe deze structuur wordt opgezet, verschilt per organisatie. Wat voor de ene organisatie handig is, is voor een ander misschien onwerkbaar. Wat belangrijk is, is dat de structuur eenduidig is en logisch voor de gebruikers.

De asset structuur bestaat uit:

  • Functionele locaties (waar zit de asset en welke functie vervult deze);
  • Equipments (meestal uitwisselbare objecten, zoals rotating, instrumenten, etc.);
  • Artikelen (zowel voorraad als niet-voorraad artikelen zijn handig om vast te leggen).

De Transactional Data kan ook worden gebruikt om zogenaamde ‘bad actors’ (assets die slecht presteren) te identificeren. Denk hierbij aan data, zoals storingsmeldingen of inspectie werkorders. Maar juist daar is vaak te weinig aandacht voor. Monteurs houden over het algemeen niet van al dat ‘papierwerk’. Toch is het van belang dat er goede terugkoppeling komt vanuit het veld. In het geval van storingen wil je bijvoorbeeld weten:

  • Wat is aanleiding van de storing geweest?
  • Wat is het schadebeeld?
  • Hoe is de storing opgelost?

Wanneer een bepaalde asset regelmatig storingen heeft, kan dit aanleiding geven tot het verder analyseren van de storingsdata. Hoe vollediger de data, hoe beter het resultaat van een Root Cause Analysis (RCA) zal zijn. Ook kan de data worden gebruikt om met behulp van FMECA of RCM methodieken het preventief onderhoud te verbeteren.

Voor al deze methodieken geldt wel: “hoe beter de data, hoe betrouwbaarder het resultaat”.